|
De oorlogsburgemeester van Sint-Andries
Elias Couvreur
Uit de officiële galerij zouden ze worden geschrapt, maar toch schreven ze een stukje lokale historie en dus kan de geschiedschrijving er niet aan voorbijgaan: de zgn. oorlogsburgemeesters. In Sint-Andries werd dat ambt bekleed door Elias Couvreur.
In tegenstelling tot de Eerste Wereldoorlog, toen schepencolleges en gemeenteraden hun normale werkzaamheden ongestoord mochten doorzetten, aarzelde de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog niet om het lokale politieke leven naar eigen hand te zetten. Twee verordeningen in dat verband waren heel duidelijk: in april 1941 werd aan de gemeenteraden verbod opgelegd om nog langer te vergaderen – alle beslissingsrecht werd exclusief overgedragen aan de schepencolleges - en een maand eerder was al een leeftijdsgrens opgelegd voor “dragers van openbare functies”. Burgemeesters en schepenen, maar bijvoorbeeld ook gemeentesecretarissen en politiecommissarissen, ouder dan 60 jaar moesten verplicht inbinden. Ook de vervanging van deze op non-actief gezette mandatarissen werd prompt geregeld, want voortaan konden ook “burgemeesters buiten de raad” worden aangesteld. Dat het politiek personeel aldus met een paar pennentrekken grondig door elkaar werd gehaald kan uit de statistieken worden afgelezen: in de 55 gemeenten die het arrondissement Brugge-Oostende toen telde werden liefst 26 burgemeesters en 39 schepenen wegens “leeftijdsredenen” vervangen. De vacante plaatsen werden ingevuld door aanhangers van de Nieuwe Orde, in hoofdzaak getrouwen of sympathisanten van het VNV (Vlaams Nationalistisch Verbond).
In Sint-Andries werd ook de 70-jarige burgemeester Stanislas van Outryve d’Ydewalle slachtoffer van de nieuwe regeling. Op 3 juli 1941 werd hij inderdaad verzocht om op te stappen (later zou ook eerste schepen en latere burgemeester Cyriel Durein tot ontslag worden gedwongen).
Als nieuwe burgemeester werd Elias Couvreur binnengehaald, zij het voor een erg korte ambtstermijn, want met de vorming van Groot-Brugge – een beslissing van 10 oktober 1942 – werd per 1 november 1942 al ontslag verleend aan alle burgemeesters en schepenen van de (rand)gemeenten die fusiegewijs aan Brugge werden toegevoegd.
Wie was nu Elias Couvreur en hoe kwam hij in Sint-Andries terecht? Ofschoon Couvreur een in Sint-Andries vertrouwd klinkende familienaam is, kwam Elias Couvreur uit Lapscheure, waar hij op 21 juli 1892 werd geboren. Zijn vader, Louis Couvreur, was er hoofdonderwijzer en aanvankelijk zag het er naar uit dat zoon Elias dezelfde richting zou uitgaan nadat hij aan de Normaalschool in Torhout het diploma van onderwijzer had behaald.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog meldde Elias Couvreur zich echter als vrijwilliger en trok als lid van een expeditiecorps naar Afrika. Daar onderscheidde hij zich duidelijk in de strijd tegen de Duitse troepen in hun koloniegebieden, want toen hij in 1919 afzwaaide kon hij prat gaan op talrijke militaire onderscheidingen.
Terug in zijn geboorteland ging Elias Couvreur aan de slag in de drukkerij-uitgeverij Sint-Michiel die zijn broer Cesar enkele jaren voor de oorlog had opgericht en in de Vlamingstraat was gevestigd. Niet alleen uit de boeken die door deze uitgeverij werden gepubliceerd, maar ook uit de levenswandel van de gebroeders Couvreur kon worden afgeleid dat ze het Vlaams-nationalisme niet ongenegen waren. Figuren zoals bv. Cyriel Verschaeve behoorden tot de intimi.
Nadat de Uitgeverij Sint-Michiel haar activiteiten had gestaakt, startte Elias Couvreur samen met Desideer, een andere broer van hem, een boekhandel op het Oosterlingenplein om dan opnieuw enkele jaren later samen met enkele vennoten een handel in religieuze kunst op te zetten in het Genthof. Een van deze vennoten was Martha Dupon (1890-1976), die in 1921 Elias’ echtgenote was geworden en die overigens ook enkele jaren namens de Katholieke Partij deel uitmaakte van de Brugse gemeenteraad. Aan politieke vrienden ten huize van de familie Dupon ontbrak het dan ook niet. Een van deze vertrouwelingen was Jozef Devroe, die later nog een beslissende rol zal spelen in het leven van Elias Couvreur.
In 1927 komt Elias Couvreur dan in Sint-Andries toe. Samen met zijn echtgenote heeft hij de vennootschap die de handelszaak in het Genthof runde verlaten om een eigen zaak op te zetten: de Brugse Taxi’s, een vervoer- en transportbedrijf met vaste stek nabij de Smedenpoort. Met het losbarsten van de Tweede Wereldoorlog breken voor Courvreur echter moeilijke tijden aan. Vervoersactiviteiten worden schaars en de benzine nog schaarser en al snel valt iedere bedrijvigheid bij Couvreurs Brugse Taxi’s volledig stil.
Het is in die periode dat hij door Jozef Devroe wordt gepolst om oorlogsburgemeester van Sint-Andries te worden. Jozef Devroe (1905-1976) was al sinds zijn studentenperiode politiek erg actief, werd in 1936 als provincieraadslid verkozen, maar verzaakte aan dat mandaat omdat hij luttele weken later als Vlaams-nationalistisch volksvertegenwoordiger zijn entree in het Parlement kon maken. Intussen had hij al een voortrekkersrol gespeeld in de uitbouw van het VNV in West-Vlaanderen.
In het interbellum had Elias Couvreur nochtans weinig of geen bindingen met het VNV gehad – via zijn echtgenote waren er eerder connecties met de arbeidersvleugel van de Katholieke Partij – maar de al jarenlange vriendschap met Jozef Devroe is blijkbaar heel duurzaam. Op 3 juli 1941 neemt Elias Couvreur dan ook zijn intrek in het gemeentehuis van Sint-Andries, in opvolging van de opzij geschoven Stanislas van Outryve d’Ywalle. Zijn ambtstermijn duurt niet eens anderhalf jaar, want dan wordt Sint-Andries opgenomen in Groot-Brugge, waarvan Jozef Devroe de burgemeester wordt in plaats van de “ouderling” Victor Van Hoestenberghe.
Zoals alle oorlogsburgemeester werd ook Elias Couvreur na de oorlog ter verantwoording geroepen. Lang niet alle oorlogsburgemeesters bleken echter notoire collaborateurs te zijn geweest, integendeel. Niet weinigen bleken meer gedreven te zijn geweest door politiek idealisme dan wel door machtsdrang en probeerden er verder in moeilijke omstandigheden het beste voor de bevolking van te maken. Met een nauwlettend toeziende bezetter had dat niet zelden veel weg van dansen op een slappe koord…
Daar werd bij de Krijgsraad blijkbaar rekening mee gehouden, want na de oorlog werd Elias Couvreur veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf waarvan hij slechts een fractie effectief onderging. Eind 1948 werd hij opnieuw in vrijheid hersteld en twee jaar later kreeg hij ook eerherstel. Elias Couvreur was intussen uitgeweken naar Knokke waar hij eerst in de Dumortierlaan en vervolgens in de Kopsdreef woonde. Hij overleed op 25 juli 1955.
(HD)
|