|
Desclée-De Brouwer deed meer dan boeken drukken…
De gemiste gasfabriek van Sint-Andries
Laat de naam Desclée-De Brouwer vallen en de meeste (minder jonge) lezers zullen onwillekeurig terugdenken aan de eens erg prestigieuze, maar intussen helaas ter ziele gegane drukkerij-uitgeverij. Maar Desclée en De Brouwer deden meer dan dat. Ze bezorgden, ruim een eeuw geleden, Sint-Andries ook openbare (gas)verlichting en bouwden ei zo na een gasfabriek in Sint-Andries.
Niet dat Sint-Andries meteen in een zee van licht baadde, maar op 1 oktober 1906 kreeg de gemeente openbare (gas)verlichting. Daartoe had het gemeentebestuur een contract afgesloten met het gasbedrijf Desclée & Compagnie, een firma die niet aan haar proefstuk toe was, want eerder ook al verantwoordelijke tekende voor de openbare verlichting in Brugge en zelfs ook in Tourcoing en Roubaix.
Basisleggers van het bedrijf waren de gebroeders François (1800-1842) en Henri-Philippe Desclée (1802-1873), telgen van een gefortuneerd geslacht met wortels in Péruwelz in de provincie Henegouwen. Zowel François als Henri-Philippe waren eigenlijk advocaat van vorming – ze studeerden beiden aan de universiteiten van Gent en Leiden – maar volgden met een bijna passionele belangstelling alle technische innovaties van hun tijd en daar was openbare verlichting een onderdeel van. Openbare verlichting gebeurde tot dusver met olielampen, maar de gebroeders Desclée hadden uitgekiend dat gasverlichting meer toekomst bood. En dus stichtten ze een bedrijf dat zich daarin specialiseerde en probeerden ze diverse stadsbesturen te overtuigen om ook voor dat soort verlichting te kiezen. Na letterlijk jarenlange palavers vonden ze het stadsbestuur van Brugge in 1848 daartoe ook bereid. François maakte die overeenkomst echter niet meer mee, daar hij zes jaar eerder al was overleden.
Om gasverlichting te kunnen leveren was er uiteraard een gasfabriek nodig en Henri-Philippe Desclée had daartoe al langer zijn oog laten vallen op een strook weiland tussen de Smedenpoort en wat nu de Canada Square is. In 1835 al verwierf hij de grond, eigendom van een Oostkamps echtpaar, maar omdat Brugge bleef treuzelen om toe te happen zag hij zich genoodzaakt om de landerijen twaalf jaar later weer door te verkopen aan een Brugs grootgrondbezitter. Aldus miste Sint-Andries een heuse gasfabriek, al is de vraag of de toenmalige inwoners daar rouwig om moesten zijn. Eens het gascontract met Brugge getekend, bouwde Desclée immers zijn gasfabriek langs de Scheepsdalelaan, waar hij het al snel aan de stok kreeg met de omwonenden die zich niet alleen beklaagden over de hinderlijke geur, maar ook over ronddwarrelend kolenstof, want het gas werd uit steenkool gehaald. Die overlast werd zelfs zo groot dat enkele boze bewoners zich tot de rechtbank wendden, zij het dat ze daar nul op het rekest haalden.
Niettemin knipte Desclée niet alle banden met Sint-Andries door. Zo liet hij voor zijn gezin de riante villa “Les Houx” optrekken in de Akkerstraat, zijnde de huidige Koude Keukenstraat.
Wie waren nu de mensen achter Desclée & Compagnie die, ruim een halve eeuw na Brugge, ook instonden voor de openbare verlichting van Sint-Andries?
Bedrijfsleider was dus Henri-Philippe Desclée die daarbij kon terugvallen op Jean-Baptiste de Brouwer (1815-1856), die hij nog uit zijn studententijd kende. Een derde pakket aandelen was in handen van de weduwe van François Desclée.
>Na de dood van Henri-Philippe kwam het gasbedrijf in handen van diens zonen Henri (1830-1917) en Jules (1833-1911), twee bijzonder ondernemende heerschappen. Zij ontfermden zich immers niet alleen over de gasfabriek, maar startten in Brugge ook met de drukkerij Sint-Augustinus, waar later ook nog de uitgeverij Orion aan toegevoegd werd. Henri en Jules haalden ook de banden met vennoot Jean-Baptiste de Brouwer nader toe door elk met een dochter van deze laatste te huwen. Ook nadien zou het bedrijf nog vele jaren in handen blijven van nakomelingen van ofwel Desclée ofwel De Brouwer tot in 1958 een fusie werd aangegaan met de nv Ebes, zelf een samensmelting van drie energiebedrijven. Ook de gasverlichting had toen al zijn beste tijd gehad, wegens de opmars van de elektrische verlichting.
Het einde van de gaslantaarn betekende tevens het einde van het pittoreske beroep van lantaarnaansteker. Ook de populaire figuren als Gaston Brandt en Stijn Lagrou, jarenlang de vaste lantaarnmannen in Sint-Andries, behoorden daarmee definitief tot de geschiedenis. |