Wie was Alfons Wybo van de Alfons Wybolaan ?
Ofschoon hij er slechts de laatste dertig jaar van zijn lang leven – hij werd 82 – woonde, werd in Sint-Andries een straat naar de Brugse toondichter Alfons Wybo genoemd. Volkomen terecht, want Wybo mocht dan nog een ietwat eigenzinnige figuur zijn, een virtuoze musicus was hij in elk geval.
Het is de verbindingstraat tussen de Diksmuidse Heerweg en de Robrecht Van Vlaanderenlaan geworden die naar de Brugse toondichter Alfons Wybo werd genoemd, al heeft de man daar nooit gewoond. Toen hij in 1898 van Brugge naar Sint-Andries uitweek, woonde hij immers achtereenvolgens in de Tuinwijk, de Gistelse steenweg en de Torhoutse steenweg. Het grootste deel van zijn leven bracht hij echter door in Brugge, waar hij op 2 juli 1849 werd geboren. Vader Franciscus Wybo had het niet onder de markt met zijn gezin dat in zeven jaar tijd werd uitgebreid met zes kinderen, waarvan Alfons de oudste was. Zoals gebruikelijk in die tijd sprongen familieleden al eens bij voor de opvoeding van een kroostrijk gezin en voor Alfons Wybo was dat zijn oom Karel Baeyens. Alfons Wybo moet al snel muzikaal talent hebben laten blijken, want op jonge leeftijd werd hij lid van het kerkkoor van Sint-Walburga en volgde hij muzieklessen bij de kapelmeester van die kerk.
Niettemin maakte Alfons Wybo aanvankelijk aanstalten om, net als zijn vader, kleermaker te worden en heel even ging hij ook nog in de leer bij zijn oom Karel die steendrukker was. Maar de muziek bleef hem te veel bekoren en dus liet hij zich inschrijven in de muziekschool, waar hij naast harmonie en compositie ook zang en viool studeerde. Een van zijn leermeesters was Hendrik Waelput.
Van dan af baande Wybo zich resoluut een weg door de muzikale wereld, wat hem zelfs tijdelijk als violist in het orkest van de Opera van Gent bracht.
Wybo ruilde echter de Oost-Vlaamse hoofdstad al snel weer in voor zijn geboortestad waar hij zich verder muzikaal vervolmaakte onder leiding van August Reyns en Karel Mestdagh, die nieuwe impulsen aan zijn loopbaan zouden geven. Dat resulteerde in 1878 zelfs in een letterlijk koninklijk concert waarmee Wybo definitief naam en faam verwierf.
Intussen had Alfons Wybo zich ook op het koorleven gestort. Zo stichtte hij het Vrouwenkoor van het Willemsfonds en nam hij nadien ook de leiding in handen van het ‘Brugsch Gemengd Koor’ waarmee hij overal in het land successen zou oogsten. Ook de harmonie Sint-Cecilia uit Steenbrugge haalde Wybo als dirigent in.
Ondanks zijn alsmaar drukkere bezigheden was Wybo ook tien jaar lang de bezieler van de jaarlijkse Guldensporenfeesten en tekende hij vanaf 1887 tevens verantwoordelijk voor de nachtelijke concerten op het Minnewater waarin hij zijn muzikale veelzijdigheid liet gelden.
Een zoveelste hoogtepunt bereikte Alfons Wybo in 1892 met een huldeconcert Peter Benoit in de Brugse stadsschouwburg, een indrukwekkende uitvoering die door Benoit zelf werd bijgewoond. Niet minder indrukwekkend was vijf jaar later het Vlaams Festival ter ere van conservatoriumdirecteur Leo Van Gheluwe, toen Wybo de leiding nam over niet minder dan 300 uitvoerders, en misschien wel hét hoogtepunt uit zijn loopbaan kwam er in 1899 met de uitvoering van ‘De Schelde’ van Peter Benoit, waarvoor met koren, orkest en solisten ruim 250 uitvoerders op scène werden gebracht.
Nadien trad een deemstering in de carrière van Wybo in. Het kwam tot een breuk met het Willemsfonds op wiens medewerking hij daardoor niet langer kon rekenen en ook het katholieke stadsbestuur had het niet altijd op de vrijzinnige liberaal Wybo begrepen.
Alfons Wybo overleed op 5 maart 1931 in de bejaardeninstelling van de Zwartzusters in Brugge waar hij het jaar voordien zijn intrek had genomen. Zijn echtgenote Mathilde Devriese stierf bijna dag op dag vier jaar later (2 maart 1935). In de daaropvolgende maanden zouden trouwens ook dochter en zoon Wybo overlijden.
Als de gemeenteraad van Sint-Andries (op 26 november 1938) een straat naar Alfons Wybo noemde, kwam dat onder impuls van het Wybocomité dat tien jaar na diens dood werd gesticht met de bedoeling de herinnering aan de toondichter levendig te houden. Hetzelfde Comité zou overigens ook een monument oprichten op het graf van Wybo en een gedenkplaat aan zijn geboortehuis in het Genthof onthullen.
Sint-Andries liet zich overigens al eens meer inspireren door de muzikale wereld als er straatnamen moesten worden gekozen, want naast Alfons Wybo, mochten ook Edgar Tinel, Paul Gilson en Peter Benoit zich in een eigen straatnaam verheugen. Veel banden met Sint-Andries hadden deze musici nochtans niet. Tenzij misschien Peter Benoit, wiens (klooster)zuster ooit nog les gaf in Sint-Andries.
|